Bloedonderzoek
©Shar-Pei kennel Tsjoeng Foe
Regelmatig worden hondeneigenaren geconfronteerd
met een bloedonderzoek bij hun hond, zoals bv bij ziekte maar ook voor
een operatie.
Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat al die termen en afkortingen
de meeste mensen niets zegt en daarom hebben wij op deze pagina de meest
voorkomende termen cq afkortingen met de gewenste uitslagen bij elkaar
gebracht zodat het eens rustig gelezen kan worden wat voor bloedonderzoek
gedaan is, wat de waardes horen te zijn enz.
Bloedonderzoek is in veel gevallen een onmisbare mogelijkheid om de juiste diagnose te stellen. Bovendien kan men via bloedonderzoek het effect van de behandeling controleren, zien of toegediende medicijnen wel in voldoende mate in het bloed terecht komen, bepalen welk infuus er moet worden toegediend, en meten in welke mate een hond of kat immuun is tegen een besmettelijke ziekte.
In sommige gevallen is de bloeduitslag alleen al alleszeggend, maar in veel gevallen zal het bloedonderzoek eerst samen met het verhaal van de eigenaar, het klinisch onderzoek, het röntgenologisch of echoscopisch onderzoek de diagnose kunnen bevestigen.
De
bij een patiënt
gemeten waarden worden vergeleken met zogenaamde referentiewaarden. Die
referentiewaarden
zijn verkregen
door een grote groep
gezonde dieren van een bepaalde diersoort te onderzoeken. Wij hebben dan
enige zekerheid, dat die referentiewaarden de normaalwaarden zijn voor een
gezond dier.
Toch moeten we er rekening mee houden dat de overgang van normaal naar ziek
een breed grijs gebied is. Het kan dus gebeuren, dat een dier een afwijkende
waarde heeft bij een bepaald bloedonderzoek, maar toch niets mankeert, en
andersom. Naarmate de waarde verder afwijkt van de normaalwaarden is de kans
groter, dat de patiënt echt iets mankeert
De resultaten van de bepalingen kunnen sterk
beïnvloed
worden door allerlei invloeden van buitenaf: manier van bloed afnemen, nuchter
of
niet nuchter,
stress, tijd tussen bloed afnemen en meten enz.
Kreatinine
Doel
Kreatinine is een maat voor de nierfunctie.
Uitleg
Kreatinine is een afbraakproduct van kreatine, dat in spierweefsel voorkomt.
Onder normale omstandigheden is het gehalte aan kreatinine in het bloed
continu redelijk constant op een bepaald niveau, omdat het constant via
de nieren wordt uitgescheiden. De hoeveelheid kreatinine in het bloed is
een maat voor het uitscheidingsvermogen van de nieren. Helaas zien we bij
een nierprobleem pas een duidelijke stijging van het kreatinine gehalte
in het bloed als al 60% van de nierfunctie verloren is gegaan. Bij sterk
gespierde honden en snelle vermagering zien we hoge kreatinine waarden;
bij magere honden met weinig spieren een laag gehalte aan kreatinine.
Normaalwaarden
Hond : 55 + (1.2 x het lichaamsgewicht) µmol/l
Lage waarden
• Dieren met weinig spieren
• Te korte tijd tussen bloedafname en meting
Hoge waarden
• Verminderde nierfunctie door acuut of chronisch nierlijden
• Uitscheiding via de nieren minder door uitdroging of shock
• Afsluiting urinewegen (kater)
• Plasma is rood door kapotte rode bloedcellen
• Getrainde dieren met veel spiermassa
• Suikerziekte (en slecht eten!)
• Behandeling met een antibioticum uit de groep cephalosporinen
Ureum
Doel
Ureum is een maat voor de nierfunctie.
Uitleg
Ureum wordt in de lever gevormd uit ammoniak, dat voor het grootste deel
afkomstig is uit de afbraak van eiwitten. Het wordt voor het grootste deel
uitgescheiden via de nieren. De bepaling van ureum zegt dus iets over de
ureumproductie in de lever en over de uitscheidingscapaciteit van de nieren.
Om invloed van voedseleiwitten uit te sluiten, is het beter om de patiënt
12 uur te laten vasten vóór bloedafname.
Normaalwaarden
Hond : lager dan 11 mmol/l
Lage waarden
• Verminderde leverfunctie
• Minder eiwitopname via het voedsel
•
Minder afbraak van lichaamseiwit (anabole steroïden)
• Verhoogde urineproductie
Hoge waarden
• Verminderde nierfunctie door acuut of chronisch nierlijden
• Verhoogde afbraak van eiwitten: hoge eiwitopname via de voeding, koorts
met verval van weefsel en dus eiwitafbraak, verhoogde stofwisseling bij bijvoorbeeld
een te snel werkende schildklier of gebruik van prednison.
• Verminderde nierdoorbloeding: uitdroging, bloedverlies, shock, lage bloeddruk
door verminderde hartfunctie.
• Ziekte van Addison
Fosfor
Doel
Fosfor is een maat voor de nierfunctie.
Normaalwaarden
Hond : 0.58 – 1.68 mmol/l
Uitleg
Fosfor speelt o.a. een rol bij de opbouw van het skelet en de energiehuishouding.
Het wordt uitgescheiden via de nieren en is daarmee ook een maat voor de
nierfunctie.
Lage waarden
• Toediening van prednison
• Ziekte van Cushing
• Sterk vermagerde dieren
• Verhoogde urine-uitscheiding
• Maligne lymfoom
Hoge waarden
• Ernstig verminderde nierfunctie door acuut of chronisch nierlijden
• Honden jonger dan 1 jaar
• Plasma is rood door kapotte rode bloedcellen
• Bottumoren
Calcium
Doel
Calcium kan een aanwijzing zijn, naast andere onderzoeksresultaten, voor
ernstige ziektes.
Uitleg
Calcium speelt o.a. een rol bij de opbouw van het skelet en een groot aantal
andere functies in het lichaam.
De calcium bepaling is zeer temperatuurgevoelig. Omdat een verhoogd calciumgehalte
vaak een aanwijzing is voor ernstige aandoeningen, moeten we minimaal 3 keer
verspreid over enige tijd het gehalte bepalen om zekerheid te verkrijgen
over de betrouwbaarheid van het resultaat.
Normaalwaarden
Hond : 2.57 – 2.98 mmol/l
Lage waarden
• Heftig braken
• Eiwitten in het bloed verlaagd o.a. bij Protein Loosing Enteropathie)
• Eclampsie (onrust, krampen bij de zogende teef = puerperale tetanie)
• Antivriesvergiftiging
• Alvleesklierontsteking
• Toediening van prednison
Hoge waarden
• Vertroebeling van het plasma door vet
• Heftige diarree
• Eiwitten in het bloed verhoogd
• Kwaadaardige processen: maligne lymfoom, anaalzakkliercarcinoom
• Ziekte van Addison
AF
(ALP of AP)
Doel
AF is o.a. een maat voor leverproblemen en botafwijkingen
Uitleg
AF is een enzym, dat door verschillende organen wordt geproduceerd. We meten
de AF die door levercellen en beencellen wordt geproduceerd.
Een verhoging van AF zegt alleen iets, als die verhoging minimaal 2 keer
de maximale normaalwaarde is en moet altijd in samenhang met andere metingen
beoordeeld worden; bij vermoeden van leverlijden altijd de galzuren meten.
Normaalwaarden
Hond : lager dan 147 U/l 37°
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
• Leveraandoeningen: gestoorde galafvoer, acute en chronische leverontstekingen
• Jonge dieren (dat is normaal)
• Toediening van prednison
• Ziekte van Cushing
• Toediening van bepaalde narcose middelen (barbituraten)
• Ingrijpende of uitgebreide botaandoeningen.
GPT
(ALAT of ALT)
Doel
GPT is een maat voor levercelbeschadiging
Uitleg
GPT komt vrij in het bloed bij beschadiging van levercellen. Dat kan een
geringe beschadiging zijn die snel herstelt, maar ook bij zeer ernstig
levercelverval. Een verhoging van GPT zegt alleen iets, als die verhoging
minimaal 2 keer de maximale normaalwaarde is en moet altijd in samenhang
met andere metingen beoordeeld worden; bij vermoeden van leverlijden altijd
de galzuren meten.
Het is een waardevolle bepaling bij zowel hond als kat.
Normaalwaarden
Hond : lager dan 120 U/l 37°
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
• Acute en chronische (actieve) leveronsteking
• Koorts, geringe belasting met giftige stoffen of medicijnen, darmontsteking:
geringe verhoging.
• Ernstige vergiftiging
• Leverbeschadiging door ongeval
• Levertumoren (bij uitzaaiingen vaak niet verhoogd!!)
• Galwegontsteking
• Shock
GOT
(ASAT, AST)
Doel
GOT is een maat voor ernstige celbeschadiging
Uitleg
GOT komt vrij als er sprake is van een ernstige celbeschadiging in o.a. lever,
hart, skelet en spieren.
Normaalwaarden
Hond : lager dan 63 U/l 37°
Lage waarden
Geen betekenis.
Hoge waarden
• Plasma is rood door kapotte rode bloedcellen
• Ernstige leveraandoeningen
•
Ernstige spieraandoeningen: ontsteking, trauma, langdurige krampen, reumatoïde
spieraandoeningen
• Hartspieraandoeningen.
Bilirubine
Doel
Bilirubine is een maat voor de afbraak van rode bloedcellen en leverproblemen.
Uitleg
Bilirubine is vooral een afbraakproduct van bloedcellen, die uiteindelijk
via de lever en de darm als gal wordt uitgescheiden. Vaak zien we al een
verhoogd bilirubine gehalte aan de buitenkant door geelzucht (geelverkleuring
van de huid en slijmvliezen).
Bilirubine zegt niets over de aard van een leverprobleem.
Normaalwaarden
Hond : lager dan 8 µmol/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
• Verhoogde afbraak van rode bloedcellen
• Leverproblemen
Galzuren
Doel
Galzuren zijn een zeer betrouwbare maat voor een gestoorde galafvoer
Uitleg
Galzuren worden gevormd in de lever vanuit cholesterol. Ze worden ingezet
bij de uitscheiding van afvalstoffen via de gal naar de darm.
Normaalwaarden
Hond : lager dan 8 µmol/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
• Verminderde galstroom door leveraandoeningen
• Lekkage van galzuren naar het bloed door leveraandoeningen
• Verminderde galafvoer door blokkade van de galwegen
GGT
Doel
GGT is een betrouwbare maat voor een gestoorde galafvoer ten gevolge van
een chronisch leverprobleem.
Uitleg
GGT komt in het bloed bij een sterk gestoorde galafvoer door bijvoorbeeld
tumoren of levercirrhose (vervanging van functionele levercellen door niet
functioneel bindweefsel)
Normaalwaarden
Hond : lager dan 10 U/l 37°
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
• Teveel gal in het afgenomen bloedmonster
• Rood plasma door kapotte rode bloedcellen
• Levercirrhose (vervanging van functionele levercellen door niet functioneel
bindweefsel)
• Afsluiting van de galwegen
Glucose
Doel
Glucose (=suiker) bepaling is vooral van belang bij suikerziekte (diabetes
mellitus)
Uitleg
Teveel glucose in het bloed wordt o.a. veroorzaakt doordat het hormoon insuline
niet meer in staat is om de suikerverbranding voldoende te laten plaats
vinden. Bij het vinden van te veel glucose in de urine moet altijd de glucose
spiegel in het bloed gemeten worden. Het kan namelijk ook zijn, dat er
glucose in de urine terecht komt door een verlies van suiker via de nieren.
In dat geval is de bloedsuikerspiegel te laag. Bij suikerziekte komt glucose
in de urine terecht omdat er te veel in het bloed zit. Kortom: nooit insuline
spuiten op basis van alleen een urine onderzoek; het zou een dodelijke
injectie kunnen betekenen.
Normaalwaarden
Hond : 2.2 – 8.2 mmol/l
Lage waarde
•
Te veel insuline gespoten bij een suikerziekte patiënt
• Tumor van de alvleesklier
• Ziekte van Addison
• Ondervoeding
Hoge waarden
• Na een maaltijd (gering verhoogd)
• Suikerziekte
• Voorstadium suikerziekte, direct in aansluiting op de loopsheid
• Ziekte van Cushing
• Toediening van prednison
Fructosamine
Doel
Onderscheid maken tussen suikerziekte en andere oorzaken van een hoge suikerspiegel
in het bloed.
Uitleg
Fructosamine is een weergave van de glucosespiegel in een periode van 1 – 3
weken voorafgaand aan de meting. Het wordt niet beïnvloed door tijdelijke
kleine schommelingen in de bloedsuikerspiegel. Dat betekent, dat als het
gehalte fructosamine in het bloed normaal is en de bloedsuikerspiegel iets
te hoog, we hier te maken met een tijdelijke schommeling. Bij een suikerziekte
patiënt die behandeld wordt met insuline, weten we dan, dat de patiënt
ondanks de licht verhoogde suikerspiegel toch goed gereguleerd is.
Normaalwaarden
Hond : 258 – 344 µmol/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
• Suikerziekte
• Geel plasma door te veel gal in het afgenomen bloedmonster
• Rood plasma door te veel kapotte rode bloedcellen
Kalium
Doel
Inzicht krijgen in de zouthuishouding.
Uitleg
Natrium en kalium (en chloor) spelen een belangrijke rol in alle lichaamscellen
bij het transport van binnen naar buiten de cel en andersom. Natrium en
kalium bepaling is vooral een maat voor de diagnose Zieke van Addison.
Daarnaast is deze meting ook van belang voor een inzicht in de zouthuishouding
met het oog op het toedienen van infusen.
Normaalwaarden
Hond : 3.6 – 5.0 mmol/l
Lage waarden
• Braken en/of diarree
• Ziekte van Cushing
• Toediening van prednison
Hoge waarden
• Ziekte van Addison
• Blaasruptuur
Natrium
Doel
Inzicht krijgen in de zouthuishouding.
Uitleg
Natrium en kalium (en chloor) spelen een belangrijke rol in alle lichaamscellen
bij het transport van binnen naar buiten de cel en andersom. Natrium en
kalium bepaling is vooral een maat voor de diagnose Zieke van Addison.
Daarnaast is deze meting ook van belang voor een inzicht in de zouthuishouding,
o.a. met het oog op het toedienen van infusen.
Normaalwaarden
Hond : 141 – 149 mmol/l
Lage waarden
• Braken en/of diarree met ernstige uitdroging
• Eindstadium chronisch nierfalen
• Ziekte van Addison
Hoge waarden
• Uitdroging door ziekten of niet drinken
Doel
Diagnose portosystemische shunt.
Uitleg
Ammoniak is een afbraakproduct van eiwitten. Normaal wordt deze in de lever
omgezet in ureum en uitgescheiden via de nieren. Bij een portosystemische
shunt is er rechtstreeks verbinding tussen het bloedvat tussen de darm en
de lever, buiten de lever om naar het lichaam. Daardoor vindt er stapeling
van ammoniak in het bloed plaats.
Normaalwaarden
Hond : lager dan 45 mmol/l
Kat : lager dan 45 mmol/l
Lage waarden
Geen betekenis
Hoge waarden
• Portosystemische shunt
• Rood plasma door kapotte rode bloedcellen
• Niet direct onderzocht monster
• Monster onderzocht door een persoon die rookt
©Shar-Pei
kennel Tsjoeng Foe
Met dank aan Atjo Westerhuis van WHG Dierenartsen Dodewaard voor het beschikbaar stellen van de tekst.