Shar-Pei Koorts / FSF
Amyloidose en FSF worden vaak in één adem genoemd. Dat is slechts ten dele juist. Amyloidose kent vele oorzaken die echter meestal op hogere leeftijd worden gezien. FSF is ook een oorzaak van Amyloidose, maar is de enige die Amyloidose op jonge leeftijd veroorzaakt.
FSF is een autosomaal recessief erfelijk gebrek meest waarschijnlijk polygeen waardoor selectie op het voorkomen van de ziekte noodzakelijk is om de aandoening terug te dringen.
Wat is FSF?
FSF is een symptomencomplex waarbij de volgende verschijnselen kunnen opvallen:
Koorts
(extreem hoog (>41°C)
en in zeer korte tijd ontstaan).
Zelflimiterend (12-36 uur)
Pijnlijke zwellingen (gewrichten, lippen)
Moeilijk lopen
Pijnlijke buik
Braken/diarree
Acute fase respons
Een normaal verlopende ontsteking verloopt in verschillende fasen. De eerste
fase, de zgn. acute fase, begint met weefselbeschadiging en eindigt met de
verschijnselen die passen bij een acute ontsteking. Onderstaande afbeelding
geeft een sterk vereenvoudigd schema weer van het ontstaan van een acute fase
respons waarbij alle niet in het kader van FSF/amyloidose passende factoren
zijn weggelaten:
Na de weefselbeschadiging worden macrophagen geactiveerd om de boel op te
ruimen. Macrophagen zijn cellen die als het ware beschadigd en lichaamsvreemd
materiaal "opeten". Door deze actie komt een groot aantal zgn.
ontstekingsmediatoren vrij. In dit verband van belang zijn stoffen die
interleukines genoemd worden. Interleukines stimuleren levercellen tot
de aanmaak van Serum Amyloid-A, dat vervolgens in het bloedplasma wordt
omgezet in Amyloid-A hetgeen ook wel als acute fase-eiwit wordt aangeduid.
Dit acute fase-eiwit is verantwoordelijk voor de acute fase respons bestaande
uit de zwelling, de pijn en de koorts.
Waarom ontstaat FSF ?
Uit het schema valt af te leiden dat FSF op drie niveau's kan ontstaan:
1. Bij FSF wordt er teveel interleukine-6 geproduceerd en/of
2. Bij FSF is de SAA-clearance onvoldoende en/of
3. Bij FSF is de Amyloid A clearance onvoldoende
Alleen of in combinatie met elkaar resulteren de genoemde afwijkingen, na initiatie van een ontsteking, hoe pril en hoe nietig ook, in een patient die als het ware blijft "hangen" in de acute fase zodat koorts, pijn en zwelling blijven toenemen.
Door de vaak onbenullige oorzaak van de ontsteking wordt dit syndroom bij Shar-Pei's onofficieel ook wel met de term "onbegrepen koorts" aangeduid. Echt onbegrepen is dit verschijnsel echter niet zolang maar een oorzakelijke ontsteking kan worden gevonden. Deze oorzaken kunnen naar mijn ervaring oa. de volgende zijn:
1. Bijtwond, minder dan een uur later koorts boven 40,5 en ernstige zwelling
van de beetplek, patient maakt zieke en zwakke indruk en is pijnlijk in de
beweging.
2. Ongebruikelijk hoge koorts na enting (als ongewenste entreactie)
3. Allergie (voedsel-, omgevings-). Na wegnemen allergie (hypo-allergene
voeding, desensibilisatie) geen koortsaanvallen meer.
4. Parasitaire infecties
5. "Onzichtbare" wonden (splinters, glas)
6. Allerlei min of meer langdurige of voortdurend aanwezige chronische aandoeningen.
De diagnose FSF stel je in wezen op grond van het signalement (het feit dat je met een Shar-Pei van doen hebt) in combinatie met de eerder genoemde verschijnselen waarbij het meest cruciale verschijnsel is dat de koorts heel snel ontstaat en erg hoog wordt. Hoe meer verschijnselen getoont worden, des te plausibeler wordt de diagnose.
Het laboratorium biedt slechts ten dele uitkomst, een DNA-test is (mede vanwege het polygene karakter van de aandoening) niet mogelijk en ook de bloedchemie en -telling zijn slechts van additieve waarde. Echter, deze additieve waarde kan bij onvoldoende duidelijke klinische verschijnselen wel van belang zijn en de diagnose voldoende speciek maken om er als fokker de nodige consequenties aan te verbinden (uitsluiting ouderdieren, billikheid naar de eigenaar).
Wat meten?
Als extra bloedonderzoek kan aanbevolen worden de volgende bepalingen te doen.
Op grond van de uitslagen alleen kan echter nooit de diagnose worden bevestigd
noch ontkend. De klinische verschijnselen blijven in dit geval het meest bepalend.
ALKP (alkalische fosfatase), lever enzym dat bij FSF vaak verhoogd is
ALT (alanine transaminase), weefsel enzym dat bij weefselschade vehoogd
CHOL (cholesterol), is in veel gevallen van FSF verhoogd.
ALB (albumine) en TP (totaal eiwit) zijn meestal verlaagd bij acute fasereacties
Leukocyten worden bij acute fasereacties veelal in verhoogde mate aangetroffen
Hematocriet (percentage rode bloedcellen in het bloed) is vaak verlaagd bij
FSF, in ernstige gevallen kan zelf duidelijke bloedarmoede optreden.
Eiwit in de urine is een meestal voorkomend verschijnsel bij FSF dat van alle
bepalingen het meest simpel te bepalen is.
Let op: de bepalingen moeten plaatsvinden tijdens of vlak na een koortsaanval!
Als door amyloidose organen gaan degenereren zijn de lab-uitslagen specifiek
voor het betreffende orgaan maar niet voor amyloidose.
De enige manier om amyloidose met zekerheid vast te stellen is door het aangetaste
orgaan te biopteren of na de dood van het dier sectie te doen.
Wat te doen bij een FSF aanval?
a. Niets (?)
Doe je niets dan zakt uiteindelijk de koorts vanzelf, soms al na 12 uur. Wordt
de koorts echter hoger dan 42 graden dan zal weefselschade optreden door denaturatie
van eiwitten. Blijft deze situatie te lang gehandhaafd, dan sterft het dier.
Ook dan zakt de koorts overigens vanzelf maar dit kan natuurlijk niet de bedoeling
zijn.
b. Koortsverlagende middelen (Metacam?, Rimadyl?)
Deze middelen verlagen min of meer actief de koorts en zijn m.i. altijd
geïndiceerd
bij FSF al is het alleen maar tijdens de "aanval" te voorkomen
dat de temperatuur de pan uit rijst.
c. Colchicine
Colchicine wordt bij mensen die jicht hebben gebruikt om de afzetting van uraten
in de gewrichten te voorkomen. Op niet geheel opgehelderde wijze voorkomt colchicine
ook de afzetting van amyloid. Daarnaast is geconstateerd dat het voortdurend
geven van colchicine de hevigheid en de frequentie van de koortsaanvallen verminderd.
Vooralsnog lijkt het logisch om (mede in verband met bijwerkingen) aan te bevelen
om colchicine alleen tijdens de koortsperiodes te gebruiken.
d. Antibiotica (?)
Antibiotica geven heeft alleen zin als er een duidelijke met antibiotica
te bestrijden bacteriële ontsteking in het spel is (bv. een zichtbare
wond). Bij onzichtbare ontstekingen geen antibiotica geven, bij andersoortige
ontstekingen
deze op passende wijze behandelen.
e. Ondersteuning orgaanspecifieke aandoening bij ontwikkeling van amyloidose.
Als amyloidose eenmaal resulteert moet een orgaanspecifieke behandeling gestart
worden, zo zal bij aantasting van de nieren bv. nierdieet gegeven moeten worden.
f. Homeopathie (!)
Met homeopathie kan in enkele of misschien wel in alle gevallen de patient
met FSF een acceptabele of zelfs normale toekomst tegemoet zien. Deze modaliteit
moet nog verder ontwikkeld worden maar is wel veelbelovend. Dit betekent uiteraard
niet dat wanneer een goede behandeling gevonden kan worden de ziekte in foktechnische
zin niet meer bestreden hoeft te worden.
Bron SCN