Groeipijnen

Regelmatig worden wij geconfronteerd met jonge honden die mank lopen.
Aangezien het opgroeiende honden betreft worden deze kreupele honden al vaak bestempeld als dieren die last van "groeipijnen" hebben.
Slechts een enkeling heeft last van groeipijnen ...

Wat verstaan wij onder groeipijnen of enostosis/panosteïtis??
De ware groeipijnen die met name bij grote hondenrassen voorkomen worden veroorzaakt door ontstekingen in het bot.
Het betreft meestal grote hondenrassen tussen de 5 en 12 maanden oud.

De ontsteking die zich in het merg van het bot afspeelt zorgt ervoor dat het beenvlies aan de buitenkant van het bot onder druk komt te staan.
Dit geeft geweldige pijnen in de botten waar dit optreedt.
Het gevolg hiervan is dat deze honden daadwerkelijk kreupel lopen.
Ze krijgen bij elke stap, bij wijze van spreken, een schop voor hun schenen.
Tijdens de ziekte kan de acute pijnlijke fase van één tot drie weken variëren en na een aantal weken kan hetzelfde proces in een andere poot optreden.
Deze wisselende kreupelheid kan erg frustrerend zijn voor zowel eigenaar als dierenarts.

De waarschijnlijkheids diagnose wordt gesteld door druk uit te oefenen op de aangetaste plekken en hierdoor pijn op te wekken.
De echte diagnose moet echter altijd door middel van een röntgenfoto worden bevestigd.
Er zijn immers nog tal van redenen waarom een jonge hond kreupel kan worden.

Als de diagnose eenmaal gesteld is zal deze behandeld moeten worden.
Allereerst zal de voeding moeten worden aangepast.
Te hoge concentraties calcium in het voer zullen moeten worden voorkomen, daar deze vaak de aanleiding zijn voor groeipijnen.
De meeste pupvoeders bevatten dan ook te veel calcium.

Tevens wordt het geven van extra calcium (b.v. Gistocal) of grote hoeveelheden rauw vlees sterk afgeraden.
Verder kan een ondersteunende therapie met pijnstillers en ontstekingsremmers nodig zijn in ernstige gevallen.

Er wordt tegen eigenaren van een jonge hond al gauw verteld dat hun hond last heeft van groeipijnen en dat ze het maar even rustig aan moeten doen.
Deze "deskundigen" zitten er helaas maar al te vaak naast.
Zolang de echte diagnose niet d.m.v. een röntgenfoto is bevestigd blijft altijd het risico bestaan dat er een andere oorzaak aan ten grondslag ligt.

Laat u niet te veel leiden door mensen op verenigingen of haar deskundigen met jarenlange ervaring.
Een groeipijn moet echt worden uitgezocht.

Naast de reguliere behandeling die vaak uit pijnstilling bestaat is er ook de mogelijkheid om met homeopathische middelen de ziekte onder controle te krijgen.
Deze dienen echter wel door een homeopathisch werkende dierenarts te worden voorgeschreven.
Het voordeel hiervan is dat er weinig tot geen chemische middelen worden gebruikt, de klacht bij de oorzaak wordt aangepakt en niet zoals bij de reguliere behandeling alleen een symptoombestrijding plaats vindt.
Daarnaast treden weinig tot geen recidieven op bij homeopathische behandeling, terwijl je er bij een reguliere behandeling op moet rekenen dat de hond regelmatig terug valt.

Enostosis is een groeistoornis die ook wel bekend is onder de naam "panosteitis eosinophilica".

De ziekte komt vooral voor bij pups van snelgroeiende grote rassen en is vooral bekend bij de wat grotere rassen maar ook bij de Shar-Pei komt het voor.

Tijdens de groei van het skelet is er een voortdurende aanmaak en afbraak van bot.

Dit proces wordt de "remodellering" genoemd.

Omdat in de tijd de opbouw de afbraak overtreft treedt er (lengte)groei op van het bot.

De aandoening geeft aanleiding tot pijn in de lange beenderen en vaak zijn de dieren dan ook wisselend kreupel.

De kreupelheid trekt als het ware van het ene bot naar het andere.

Vanaf een leeftijd van circa 4 maanden tot een leeftijd van 2 jaar kunnen dieren symptomen vertonen.

De aandoening kan zeer pijnlijk zijn en het is dan ook goed om geschikte ontstekingsremmers te laten voorschrijven waardoor de pijn zal afnemen.

Bij druk op de lange beenderen kunnen honden een felle pijnreactie laten zien.

Met behulp van röntgenfoto's kan de diagnose definitief gesteld worden.

Omdat de verschijnselen omkeerbaar zijn genezen de dieren zonder blijvende gevolgen.

De ziekte kan wel terugkomen.

Het is aan te raden het rantsoen te controleren omdat een hoog calciumgehalte en / of een hoog vitamine D gehalte het optreden van enostosis kunnen bevorderen.

Met dank aan Peter en Elly van kennel van Hildernisse