Huidklachten

©Shar-Pei kennel Tsjoeng Foe

Huidklachten komen vaak voor bij de hond. Er zijn verschrikkelijk veel verschillende soorten huidklachten met de meest uiteenlopende oorzaken. Om te kunnen behandelen moeten we weten wat er aan de hand is. We moeten de juiste diagnose stellen. Dat stellen van een diagnose is bij huidklachten vaak zo moeilijk. En dan is het meestal een kwestie van uitproberen. Kiezen voor de meest waarschijnlijke diagnose en dito oplossing. Als het werkt hebben we geluk, werkt het niet, dan moeten we verder zoeken. Dat kost tijd en geld. Vervelend voor de hond, de eigenaar, maar ook voor de dierenarts. Het is dikwijls helaas niet anders.

We willen het liefste een behandeling die snel resultaat geeft. Logisch! Maar ook een behandeling zonder allerlei bijwerkingen. En dat is het tweede probleem bij huidklachten: het vinden van een goede behandeling zonder bijwerkingen. In de reguliere diergeneeskunde lukt het vaak niet om een behandeling in te stellen zonder vervelende bijwerkingen.

DIAGNOSE

De diagnostische mogelijkheden bij huidklachten zijn helaas beperkt. Bovendien komen we met de resultaten van die diagnostiek vaak niet veel verder. We hebben de volgende diagnostische mogelijkheden

Het ziektebeeld

Soms kunnen we aan het beeld zien wat de oorzaak is van de huidklacht. Vaak kunnen we dat niet. En dan hebben we aanvullende diagnostische hulpmiddelen nodig.

Afkrab preparaat en haarmonster

Door wat materiaal van de aangetaste huid af te krabben met een scherpe lepel kunnen we onder de microscoop bekijken of er sprake is van o.a. mijten. Bij jonge hondenschurft (Demodex) moeten we veel mijten in een enkel preparaat vinden om de diagnose te mogen stellen; bij gewone schurft (Sarcoptes) is 1 mijt op een 10-tal afkrab preparaten al bewijzend.
In een haarmonster (met tandenborstel afgenomen) kunnen we naast mijten ook gisten (Malassezia) en schimmels (Trichophyton, Microsporium) aantonen.

Allergietest

Er zijn 2 mogelijkheden om te testen of en waarvoor een hond allergisch is. Via een huidtest of via bloedonderzoek. Problemen daarvan zijn, dat slechts op een beperkt aantal zaken wordt getest en we niet weten of de allergie oorzaak is of gevolg. Dat houdt in dat een hond ook overgevoelig kan zijn voor zaken waarop niet getest wordt. En die missen we dus. En als de allergie gevolg is en niet oorzaak hebben we weinig, tijdelijk of geen effect te verwachten van de daarop gerichte behandeling.

De behandeling van een allergie naar aanleiding van een allergietest vindt plaats door de hond regelmatig een injectie te geven met oplopende doseringen van de stof waarvoor er allergie bestaat. We proberen daardoor de hond minder gevoelig te maken voor de betreffende stof of stoffen. De resultaten daarvan zijn ook maar zeer betrekkelijk. Dat is de reden waarom dierenartsen wat terughoudend zijn in het uitvoeren van een allergietest. Vaak ligt het kostenbaten plaatje ongunstig.


Ervaring leert als uit de test alleen een allergie voor één of meerdere mijten komt de kans op succes door hyposensibilisatie vrij groot is. Maar als er diverse allergieën uit komen, bijvoorbeeld voor mijten, graspollen en hondenepitheel is het resultaat van hyposensibilisatie vaak erg teleurstellend.

Biopsie

Bij een huidbiopsie worden er 3 – 5 stukjes huid uitgesneden en histologisch onderzocht. Soms komt er een bruikbare diagnose uit, vaak komt er niet veel meer uit dan de diagnose allergie of huidontsteking. En dan zijn we natuurlijk nog geen stap verder. Ook daarbij is het kostenbaten plaatje vaak niet gunstig.

Dieettest

Om er achter te kunnen komen of een huidklacht iets te maken heeft met voeding, of er sprake is van een voedingsallergie, kunnen we niet anders dan de hond gedurende minimaal 6 – 9 weken een hypoallergeen dieet geven (en dan ook alleen dat en niets anders erbij dan alleen water).

Als de huidklacht 100% weg is op zo’n voeding, mogen we de diagnose voedingsallergie stellen. We kunnen dan stap voor stap proberen om andere dingetjes te geven en te bekijken hoe de hond erop reageert. Stap voor stap. Pas dan weten we wat de hond wel of niet kan verdragen.

Heel vaak zien we slechts een tijdelijk effect op een hypoallergeen dieet. En dan moeten we toch weer verder zoeken.

Antibioticumtest

Als een huidklacht 100% reageert op een antibioticum, d.w.z. dat antibiotica in staat zijn om een hond plekvrij en jeuk vrij te krijgen, is er een grote kans, dat een bacterie de primaire oorzaak is van die huidklacht. Als de plekken wel verbeteren, maar de jeuk blijft is de bacterie vrijwel zeker een complicatie en moet de werkelijke oorzaak van de huidklachten nog worden opgespoord.

WAARSCHIJNLIJKHEIDSDIAGNOSE

Door gebrek aan diagnostiek komen we bij huidklachten in eerste instantie vaak niet veel verder dan een waarschijnlijkheidsdiagnose. En dan zit er niks anders op dan op basis daarvan een therapie in te stellen en te kijken hoe de reactie is. Een goede reactie kan een bevestiging van de diagnose zijn. En dan is het heel belangrijk om niet 2 of meer dingen tegelijk te doen. Een voorbeeld van dat zeg maar ‘uitproberen’ is het hypoallergeen dieet. Na het geven van een hypoallergeen voer gedurende 6 – 9 weken en het dan verdwijnen van de klachten kunnen we aannemen dat een voedingsallergie in elk geval een hoofdrol speelt zo niet de enige oorzaak is van de huidklachten. Soms is de positieve reactie slechts tijdelijk en dan moeten we weer opnieuw zoeken.

Wat zo frustrerend is bij telkens een negatief resultaat van alle uitprobeersels: de hond blijft maar jeuk houden, de vacht ziet er niet uit, soms wordt het arme dier gemeden alsof ie een voor mensen besmettelijke ziekte heeft en de kosten van de dierenarts lopen steeds verder op. Voor hond, eigenaar, maar ook voor de dierenarts niet leuk. Bij zo’n probleempatiënt is het dan ook verstanding samen met uw dierenarts een plan van aanpak te maken. En vooral ook in het plan op te nemen wat te doen als het niet lukt. Probeer met elkaar een kostenraming te maken van de te verwachten behandelingen. Het bewust zijn van de problematiek is al de helft van de motivatie om toch door te gaan.

REGULIERE BEHANDELING

Voor de grote groep jeukproblemen, die niet met een antivlooien of antischimmel middel, een hypoallergeen dieet of met een smeerseltje te genezen zijn, zijn er in hoofdzaak slechts antibiotica en corticosteroïden (“prednison”).

Corticosteroïden, de familie van de jeukremmers, waartoe ook de bekende prednison behoort. Ze werken zolang je ze toedient. Stop je ermee dan begint de ellende weer van voren af aan. En bij langdurig gebruik hebben ze nog vervelende bijwerkingen ook. Antibiotica werken in een aantal gevallen goed, maar na de kuur, hoe lang je het ook geeft komen de klachten vrijwel altijd in alle hevigheid terug. De antihistaminica, bekend als anti-jeuk middel bij mensen, werken bij de hond niet of nauwelijks

Een enkele keer een corticosteroïd behandeling kan geen kwaad. En zeker in tijden van verschrikkelijke jeuk bij gebrek aan een betere oplossing gewoon doen. Maar cortico’s voorschrijven zonder na te denken over een andere, veiliger en blijvende oplossing is niet goed.
Als we uiteindelijk niet anders kunnen, omdat al onze goede bedoelingen gefaald hebben, en we dus cortico’s moeten gaan geven, geldt het advies: alleen dan acceptabel als lage doseringen, zonder bijwerkingen een maximaal effect hebben is het goed. Maar met hoge doseringen en veel bijwerkingen, en nauwelijks resultaat moeten we gaan nadenken of dit wel het leven is dat we onze hond willen aandoen.
We zoeken bij corticosteroïden naar de laagst effectieve dosis, de laagste frequentie (om de dag of 2 x per week) en geven het bij voorkeur ’s morgens. Het is verstandig om het bloed 1 x per 3 – 6 maanden te laten controleren op de leverenzymen.

 

Voeding

Uitgangspunt moet zijn, dat een hond een normale voeding krijgt. Hypoallergene dieetvoeders zijn alleen nodig als men een voedselallergie vermoedt of heeft vastgesteld. Het is dus niet altijd maatregel nummer 1 bij huidklachten.

De reactie op voeding is individueel. Zo kunnen honden het op slecht voer heel goed doen, of op uitstekende voeding heel slecht. Overstap op een andere normale voeding, of van commerciële brok naar zelf bereide voeding kan in bepaalde gevallen al wonderen doen.

Voedingssupplementen zouden bij een complete voeding eigenlijk niet nodig moeten zijn. Maar in perioden van verminderde vachtconditie, zoals tijdens de voor- of najaarsverharing, na de loopsheid (schijndracht), tijdens ziekte e.d. kan een voedingssupplement net voldoende zijn om erger te voorkomen. We denken aan o.a. essentiële oliën en vitamine H (biothine). Als hoogwaardige oliën kunnen we denken aan maïsolie, sojaolie, arachis olie, tarwekiemolie.

Over de conserveringsmiddelen, smaak- en kleurstoffen is veel geschreven. Er is door marketing mensen veel misbruik gemaakt van de angst die daardoor ontstaan is bij mensen voor deze stoffen. En natuurlijk is het goed om verkeerde stoffen zo veel mogelijk te mijden. Maar dat doen niet alleen de voerfabrikanten, die dat zo hard van de toren blazen. Er zijn ook zeer serieuze fabrikanten die dat als vanzelfsprekend vinden en niet zo hard schreeuwen. Natuurlijk hebben we stoffen nodig die voer houdbaar maken. Als we vlees buiten het vriesvak leggen kruipen er binnen een week maden uit. Waarom is een zak voer met dierlijk eiwit maanden houdbaar? De kunst is natuurlijk om zo weinig mogelijk en zo veilig mogelijke conserveringsmiddelen te gebruiken.
Hoe dan ook, de meeste huidklachten worden niet veroorzaakt door conserveringsmiddelen. En vergeet niet dat uw hond ook verkeerde stoffen uit de omgeving inneemt of inademt.

Vachtverzorging

Vachtverzorging is natuurlijk heel belangrijk. En dan heb ik het niet over de normale dagelijkse verzorging van een vacht en de normale trimbeurten van bepaalde rassen. Dan heb ik het ook over de hond die om welke reden dan ook een gestoorde vachtwisseling heeft en wat hulp nodig heeft. Of een hond die door zijn huidklachten een miserabele vachtconditie heeft.

Parasieten

En natuurlijk moeten we vlooien, wormen en andere parasieten bestrijden. Mijn ervaring is, dat hondeneigenaren dat eigenlijk altijd prima doen. Ik maak me meer zorgen over te veel, dan te weinig. De frequentie van behandelen is natuurlijk afhankelijk van de besmettingsdruk.

Als regel geldt dat 1 vlooien bestrijdingsmiddel in de normale frequentie (zie verpakking) voldoende is. Als een hond meer bestrijdingsmiddel nodig lijkt te hebben, heeft hij een ander probleem. Niet meer vlooienmiddelen gebruiken, maar de werkelijke oorzaak van het probleem aanpakken is dan het devies.

 

Ziektediagnose

We moeten bij een huidklacht altijd verder kijken dan het vel dun is. Een chronische dikke darm ontsteking, een onvoldoende functionerende alvleesklier, een traag werkende schildklier, een nierprobleem, een besmetting uit het buitenland enz., enz. Het kunnen alle oorzaken zijn van huidklachten. Een gedegen onderzoek is nodig en kan vaak de oplossing geven voor het huidprobleem.©Shar-Pei kennel Tsjoeng Foe