Warmbloedige dieren, waaronder honden, handhaven een constante lichaamstemperatuur
met behulp van een regulatiecentrum (een soort thermosstaat) in een klein
gebied van de hersenen, de hypothalamus. Enerzijds wordt in het lichaam warmte
geproduceerd door spieractiviteit en door de stofwisseling in allerlei organen.
Anderzijds raakt de hond warmte kwijt vooral door hijgen, waarbij water verdampt
wordt op de tong en in de mond. Dit hijgen wordt ook wel ´panting´ genoemd.
Een geringe bijdrage bij de hond wordt ook nog geleverd door zweten en door
warmte via de urine en ontlasting te verliezen. De normale lichaamstemperatuur
van de hond is hoger dan die van de mens, namelijk tussen de 38 en 39°C.
Puppy’s hebben een iets hogere normaal temperatuur (39,5°C).
Een verhoging van de lichaamstemperatuur noemt men hyperthermie. Meerdere factoren
kunnen leiden tot hyperthermie, zoals verhoogde spieractiviteit (inspanning),
een hoge omgevingstemperatuur, een toegenomen stofwisseling, en bepaalde
hormonale invloeden zoals enige dagen voor de loopsheid of bij het moment
van de geboorte van de pups.
Een extreme verhoging van de lichaamstemperatuur boven de 41,5°C kan zeer
ernstig tot zelfs dodelijk zijn door het celbeschadigend effect hiervan.
Koorts daarentegen is een complex van symptomen waarbij het thermoregulatiecentrum
is gestoord waardoor onder andere ook een verhoging van de lichaamstemperatuur
optreedt. Andere symptomen van koorts zijn rillen, verhoging van de hartslag
en ademhaling, en een verstoring van de water-en zouthuishouding.
Koorts ontstaat doordat het thermoregulatiesetpoint in de hypothalamus omhoog
gaat. Dit gebeurt onder invloed van geactiveerde witte bloedcellen die zorgen
voor het vrijkomen van allerlei stofjes die dit setpoint verhogen. Witte
bloedcellen worden geactiveerd doordat ze in contact komen met bacteriën,
virussen, schimmels, parasieten, tumoren, gifstoffen uit afgestorven cellen
of weefsel, en door zogenaamde auto-immuun ziekten. Dit zijn ziekten waarbij
de afweer van het lichaam zich tegen lichaamseigen cellen richt. Het thermoregulatiesetpoint
kan ook worden veranderd door trauma (bijvoorbeeld een klap of stoot tegen
het hoofd), tumoren in de schedel en door bepaalde medicijnen. Hyperthermie
alleen is dus strikt genomen geen bewijs voor koorts, maar kan ook het gevolg
zijn van bijvoorbeeld een hoge omgevingstemperatuur of een zware inspanning.
We zien het ook wel bij honden die lang in de wachtkamer hebben gezeten en
zich erg druk gemaakt hebben.
Het voordeel van koorts is dat bacteriën, parasieten en virussen hierbij
minder goed gedijen in het lichaam en de infectie aldus beter bestreden wordt.
Het nadeel is dat de reactie te ver door kan schieten, het gevoel van algemene
malaise vergroot kan worden, waardoor de honden bijvoorbeeld niet meer eten.
De lichaamstemperatuur wordt opgenomen met een thermometer die, glad gemaakt
met een glijmiddel (vaseline of babyzalf), bij de hond voorzichtig in het
rectum wordt ingebracht via de anus. De thermometer moet voldoende ver ingebracht
worden (minstens 1 cm) en blijft 1 á 2 minuten zitten. Dit laatste
is enigszins afhankelijk van het type thermometer (glas of elektronisch,
dik of dun). Bij het inbrengen letten we tevens op de anusreflex, is deze
reflex afwezig dan kan de temperatuurmeting onbetrouwbaar zijn door de dan
in het rectum aanwezige lucht. Er zijn ook oorthermometers in de handel maar
deze zijn minder betrouwbaar en passen niet goed in ieder hondenoor. Het
ongemak voor de hond is bij deze manier van temperaturen niet minder dan
de rectale manier.
Of en hoe we een temperatuursverhoging willen behandelen hangt dus sterk af
van de oorzaak en de specifieke omstandigheden. Er zijn een aantal behandelingsmogelijkheden.
De meest gebruikte zijn de koortsverlagende medicijnen, waarvan bij de mens
de bekendste zijn het ‘aspirientje’ en paracetamol. Medicijnen
voor de mens kunnen niet zomaar aan honden of andere dieren gegeven worden,
dit kan gevaarlijk zijn. Overleg altijd met uw dierenarts welk medicijn en
hoeveel u mag geven. Voorbeelden van medicamenten die bij de hond hiervoor
gebruikt kunnen worden zijn Rimadyl, Quadrisol, Metacam, Ketofen, Zubrin,
of Tolfedine. Deze behoren allen tot de groep van de zogenaamde nsaids (non
steroid anti inflammatory drugs). Een bijkomend voordeel van veel koortsverlagende
medicijnen is dat ze tevens ontstekingsremmend zijn.
Toediening van vloeistof middels infusen kan noodzakelijk zijn indien de water-en
zouthuishouding verstoord is en de hond niet wil eten en drinken.
Koelen van de hond is alleen noodzakelijk indien de temperatuur hoger dreigt
te komen dan 41,5°C. Meest voorkomende oorzaken hiervan zijn kortschedeligen
in stress of bij overmatige activiteit, werkhonden in de zomer door overmatige
inspanning of stress, een langdurige epileptische aanval (spieractiviteit)
of hoge omgevingstemperatuur (hond in de auto die in de zon staat). Hier
is dus geen sprake van koorts maar van hyperthermie. Koelen dient dan zo
spoedig mogelijk te gebeuren met koud water of alcohol aan de onbehaarde
binnenkant van de achterpoten, natte doeken over de hond, of eventueel het
onderdompelen van het gehele lichaam in water. Een ventilator of airconditioner
kan ook effectief zijn. Koelen van binnenuit door middel van catheterisatie
van de urinewegen en blaasspoelingen kan in een klinieksetting gebeuren.
Belangrijk is dat het koelen met beleid gebeurt, voorzichtig en geleidelijk
afkoelen dus, omdat de koelreaktie ook kan doorslaan naar de andere kant
met een mogelijk fatale afloop.
Het moge duidelijk zijn dat bij hyperthermie met name de achterliggende oorzaak
van de temperatuursverhoging behandeld dient te worden. Daarbij moeten we
denken aan antibiotica in geval van een bacteriële infectie, het gebruik
van antiparasitica of anti-schimmel middelen, corticosteroïden in geval
van een auto-immuun ziekte, of medicijnen ter voorkoming of onderdrukking
van epilepsie. Weldoordachte zorg van de eigenaar van de hond kan veel problemen
in het kader van oververhitting voorkomen!©Shar-Pei
kennel Tsjoeng Foe
Bron: Onze Hond 04/2004
Auteur: Maarten Kappen