Gescheurde kruisbanden
Het scheuren van de voorste kruisband komen we zowel bij kleine als bij
grote hondenrassen tegen. Bij de kleine hondenrassen zien we het vaak
op oudere leeftijd
gebeuren. Bij de grotere hondenrassen juist als ze jong en onstuimig zijn.
Bij sommige rassen:De Chow Chow , de Shar-Pei , Boxer, Rottweiler, Berner
Sennenhond en Retrievers, zien we de
voorste kruisbandscheuring vaker optreden dan bij andere rassen. Bij sommige
van deze rassen wordt dan ook wel aan een erfelijke basis gedacht.
Bij Shar-Pei heeft het te maken met de constructie van het ras. Over het algemeen is de Shar-Pei een goed bespierde hond waarbij het zwaartepunt laag ligt. De steile achterhand speelt een zeer belangrijke rol en ook het veel voorkomen van Patella Luxatie is een belangrijk gegeven.

Oorzaak
Een kruisbandscheuring kan acuut optreden. Bij een onverwachte heftige beweging,
bijvoorbeeld bij het spelen met andere honden of bij een onverwachte
rembeweging achter een stok of een bal aan, kan de kruisband ineens totaal
scheuren. De hond loopt van het ene op het andere moment mank en belast de
poot amper. Meestal tipt hij de grond nog aan met zijn tenen. Pijnstillers
en rust zullen wel iets verbetering geven maar de hond blijft ernstig mank
lopen.
Dit laatste geldt niet voor een gedeeltelijke kruisbandscheuring. De hond verdraait zijn knie, ook wederom bij een gekke beweging, maar loopt minder mank dan bij een totale kruisbandscheuring. Pijnstillers en ontstekingsremmers bieden vaak uitkomst en na een kuur met deze middelen en aangepaste beweging kan de hond weer helemaal goed lijken. Toch zullen deze gedeeltelijke kruisbandscheuringen vaak leiden tot een totale scheuring, al kunnen hier soms verscheidene maanden tot jaren overheen gaan. Wel is het zo dat bij deze honden al een behoorlijke artrose-ontwikkeling plaatsvindt die bij een latere operatie de genezing behoorlijk kan vertragen.
Diagnose
Om vast te stellen of een kruisband totaal gescheurd is, zal er een (klinisch)
onderzoek aan de hond moeten plaatsvinden. Bij dit onderzoek wordt getracht
het zogenaamde 'schuifladefenomeen' op te wekken. Hierbij wordt getracht
het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen te verschuiven, hetgeen
bij een intacte kruisband niet mogelijk is. Soms moet dit onderzoek onder
sedatie plaatsvinden. Het vaststellen (= diagnostiseren) van een gedeeltelijke
kruisbandscheuring is vaak in de praktijk niet mogelijk. De knie is wat verdikt
en pijnlijk, maar een echt schuifladefenomeen is niet op te wekken. In sommige
gevallen kan een herstel optreden, maar meestal is in latere instantie, als
de hond een steeds terugkerende mankheid overhoudt, een (kijk)operatie de
enige oplossing om de diagnose te stellen. Bij deze operatie wordt dan direct
de stabiliteit hersteld.
Röntgenfoto’s kunnen worden gemaakt om de mate van artrose vast te stellen (extra botvorming rondom het gewricht dat optreedt 3 tot 6 weken na het ontstaan van de (gedeeltelijke) scheuring). Een echte diagnose is door middel van een röntgenfoto meestal niet te stellen.
Rasgebondenheid
Veel rassen zijn gevoelig voor een kruisbandscheuring. Grote en zware rassen
, atletische onstuimige honden
en honden met een steile stand van de achterpoten zoals de Shar-Pei
blijken vaker een kruisband te scheuren dan andere rassen.
Therapie
Bij een gedeeltelijke kruisbandscheuring kan met pijnstillers en ontstekingsremmers
worden getracht de hond weer in de benen te krijgen. Meestal loopt deze dan
ook weer goed na zo’n kuur. Toch zal in veel gevallen een gedeeltelijke
kruisbandscheuring ook leiden tot een totale scheuring, waarna een operatie
altijd noodzakelijk is.
Hoe langer wordt gewacht met een operatie, des te ernstiger wordt de artrose van het gewricht en deze vertraagt vaak de revalidatie van de hond na een operatie. Ook het risico van scheurtjes in de meniscus wordt groter naarmate een (gedeeltelijke) kruisbandruptuur langer bestaat. Door een (gedeeltelijke) ruptuur van de kruisband ontstaat meer ruimte en beweeglijkheid in het kniegewricht, waardoor tijdens het lopen gemakkelijk scheurtjes in de meniscus ontstaan. Tijdens een operatie zal deze meniscus dan ook gedeeltelijk verwijderd moeten worden.
Post operatief (na de operatie)
Na een operatie zullen honden moeten revalideren. De eerste zes weken zal de
patiënt minimaal mogen bewegen en aangelijnd moeten worden uitgelaten.
De dierenartsen zullen altijd een bewegingsschema meegeven. Na zes weken
mag de hond weer meer gaan doen. De snelheid van revalidatie hangt af van
een aantal factoren. De leeftijd van de hond; bij een oudere hond verloopt
de revalidatie vaak traag. Ook de hoeveelheid artrose aanwezig op het moment
van operatie is bepalend voor een snel of traag verlopend herstel. Hoe langer
er wordt gewacht met een operatie van een (gedeeltelijke) kruisbandscheuring
des te meer artrose zal ontstaan en des te langer zal de revalidatie duren.
Ook het gewicht van de hond is belangrijk; lichte honden revalideren beter
dan (te) zware honden. Ook na een geslaagde kruisbandoperatie ontstaat bij
20% van de honden alsnog een scheuring van de meniscus. Het zal voor zich
spreken dat een tweede noodzakelijke operatie het herstel van deze honden
vertraagt. Normaal gesproken heeft een kruisbandoperatie een grote kans van
slagen. De honden kunnen meestal na 8 tot 12 weken weer goed functioneren.
Wel zal altijd een lichte startstijfheid blijven bestaan. Dit als gevolg
van de artrose (die altijd ontstaat ook na een vroegtijdige operatie) en
de littekenvorming in en rondom het gewricht. De eventuele artroseklachten
kunnen prima met homeopatische middelen behandeld worden. Eenmaal aan één
poot geopereerd is de kans groot (> 50%) dat ook de andere kruisband zal
scheuren. Dit kan soms zelfs na jaren nog gebeuren.
Risico/preventie
Grotere en onstuimige rassen lopen meer risico’s. Het is dan ook aan
te raden om zeker het eerste levensjaar niet al te veel met stokken en ballen
te spelen. De banden, spieren, pezen en kapsels moeten hun sterkte nog krijgen
en worden zo niet onnodig belast. Ook het spelen met andere honden brengt grotere
risico’s met zich mee. Het eerste levensjaar is bepalend voor verscheidene
gewrichten (heupen, ellebogen, knieën) voor het functioneren in de rest
van een hondenleven. Het spelen met stokken en ballen en anderen honden moet
zoveel mogelijk voorkomen worden, maar goede rechtlijnige beweging is van levensbelang.
Een schema van 5 minuten per keer per maand leeftijd is een goede richtlijn.
Dit kan 4 à 5 keer per dag worden gedaan. Voor een hond met een leeftijd
van drie maanden betekent dat dan dat deze 15 minuten aaneengesloten mag lopen,
maar dat wel 5x per dag.
Ook het gewicht
van de hond heeft invloed op het ontstaan van een kruisbandscheuring. Te
zware honden lopen meer risico. Een schrale hond
(met lichte druk de ribben
voelen) is zeker in de groei ook aan te raden. Daarnaast verloopt het herstel
van een operatie van een te zware hond vaak trager. Uit het verhaal blijkt
dat bij bepaalde bewegingen sneller kruisbandscheuringen ontstaan. Toch ben
ik niet van mening dat een hond dan maar als een 'kistkalf' moet worden opgevoed.
Op ieder onverwacht moment kan een hond z'n kruisband scheuren, voorkomen lukt
bijna niet. Belangrijk is in ieder geval wel op tijd het probleem te onderkennen.©Shar-Pei
kennel Tsjoeng Foe