CHRONISCHE DUNNE DARM DIARREE, PROTEIN-LOSING ENTEROPATHIE
©Shar-Pei
kennel Tsjoeng Foe
Chronische dunne darm diarree laat duidelijk zijn sporen na op een patient.
Naast het in meer of mindere mate aanwezig zijn van diarree treden symptomen
op van (af en toe) algemeen ziek zijn, vermagering, slechte eetlust en een
slechte conditie.
De verschillende oorzaken van chronische dunne darm diarree zijn:
| 1)
voedselallergie/intolerantie 2) bacteriële overgroei 3) steriele ontstekingen (Inflammatory Bowel Disease) 4) tumoren 5)Exocriene Pancreas Insufficientie (alvleesklier die niet werkt) 6) partiele ileus (gedeeltelijke obstructie van de dunne darmen) 7) Protein Losing Enteropathie (PLE). |
Zoals de naam al zegt is PLE een aandoening van de dunne darm die gepaard
gaat met een te groot verlies van eiwitten via de darmen. Omdat het eiwitverlies
via de darmen groter is dan de eiwitopname via het voer en de eiwitaanmaak
in de lever treedt er een tekort aan eiwitten in het bloed op.
Vaak wordt dit eiwitverlies veroorzaakt door een primaire lymfangiëctasie,
dit is een verwijding van de lymfevaten in de darmwand. Bij deze aandoening
hoeft er geen sprake te zijn van ernstige ontstekingen in de darmwand. .
Er kan ook sprake zijn van een secundaire lymfangiëctasie, bijvoorbeeld
door hartfalen. Doordat het hart het bloed niet meer effectief wegpompt,
ontstaat er stuwing in de bloedvaten die bloed naar het hart toevoeren. Hierdoor
ontstaat er ook stuwing in de poortader, het bloedvat dat het meeste bloed
van de darmen naar de lever voert. De lymfevaten in de darmwand ondervinden
hier o.a. problemen van en raken verwijd, waardoor PLE kan ontstaan.
Het eiwitverlies kan ook veroorzaakt worden door veranderingen die secundair
zijn aan een steriele ontstekingsreactie waarbij er een verhoogde doorlaatbaarheid
van de darmwand optreedt. Deze vorm van PLE wordt bij de Shar Pei beschreven,
maar kan eigenlijk bij alle rassen voorkomen.
Bij de Rottweiler is nog een andere vorm beschreven, een specifieke vorm
van een primaire lymfangiëctasie. Ook deze vorm kan bij alle rassen
voorkomen en heeft meestal een zeer slechte prognose.
Eiwitverlies kan ook optreden bij tumoren van de darm (bijv maligne lymfoom),
maar dit komt minder vaak voor dan de andere vormen.
De endoparasieten Giardia en Ancylostoma canina (komt alleen in Zuid-Europa
voor) kunnen ook het beeld van PLE veroorzaken.
Er bestaat ook een aantal infectie ziekten die voor eiwitverlies via de darm
zorgen: bijv. Parvovirus- en Salmonella-infecties.
Tot slot is het nog mogelijk dat er sprake is van het in elkaar schuiven
van dunne darmlissen, waardoor er een (gedeeltelijke) obstructie ontstaat
(= intussusceptie). Het gedeelte van de darm dat betrokken is bij deze obstructie
kan zodanig beschadigd raken dat er lekkage van o.a. eiwitten plaatsvindt.
Dieren met deze aandoening kunnen zodanig ziek zijn dat onmiddelijke actie
vereist is, wat meestal inhoudt dat zo mogelijk het aangedane deel van de
darm via operatie verwijderd wordt.
SYMPTOMEN
Door
dit te grote eiwitverlies gaan er bij patiënten met PLE
allerlei processen in het lichaam mis. Ten eerste vind er vet- en spierafbraak
plaats
om het te grote verlies via de darmen te compenseren. Afhankelijk van de
mate van eiwitverlies gecombineerd met de eetlust van het dier, zal het dier
dus gaan vermageren en zullen de spieren wegvallen.
Daarnaast zorgt eiwit in het bloed voor het vasthouden van vocht in de vaten
(osmotische werking van eiwit in het bloed). Als er te weinig eiwit in het
bloed zit, zal er vocht uit de bloedbaan treden in de richting van de buikholte
(ascites), de borstholte (liquothorax) of de losmazige bindweefsels van bijvoorbeeld
de poten (oedeem). Hierdoor kan het dier in een wat verder gevorderd stadium
o.a. moeite krijgen met ademen.
De ernst van het ziektebeeld kan sterk wisselen. Sommige patiënten laten
helemaal geen diarree zien. De meeste dieren vertonen een sausachtige tot
waterdunne ontlasting. Sommige dieren braken er ook bij. Het verlies van
eetlust is soms wel, soms niet aanwezig. Als dieren goed blijven eten is
dit gunstig voor de prognose omdat de dieren minder snel vermageren. Toch
treedt er in chronische gevallen altijd vermagering op en kan het zelfs zo
zijn dat dieren helemaal uitgemergeld zijn
DIAGNOSE
De diagnose kan gesteld worden aan de hand van het klinisch beeld en middels
bloedonderzoek. Het eiwitgehalte in het bloed is matig tot zeer ernstig verlaagd.
Daarnaast zien we in het bloed een verlaagd calcium, een verlaagd cholesterol
en een verlaagd aantal lymfocyten (specifieke ontstekingscellen).
Onderzoek van de ontlasting zal een verhoogd vetgehalte laten zien.
De klinische symptomen en de waardes van het bloedonderzoek zijn zeer suggestief
voor het beeld van PLE. Bevestiging van de diagnose kan plaatsvinden door
het onderzoek van de cellen van een darmbiopt. Helaas luidt meestal de uitslag
van zo'n onderzoek: plasma-cellulaire enteritis, en is de oorzaak van deze
ontsteking dan nog steeds niet bekend.
THERAPIE EN PROGNOSE
Omdat
de werkelijke oorzaak van PLE in de individuele patiënt vaak
niet goed te achterhalen is, zijn de therapiemogelijkheden helaas maar beperkt.
Vaak wordt PLE behandeld met immuun-suppressiva,
bijvoorbeeld prednisonachtige stoffen. In ernstige gevallen kan zelfs Azothioprine
(=Immuran) ingezet worden. Azothioprine een nog sterker werkend afweeronderdrukkend
middel.
Helaas kunnen deze stoffen vele bijwerkingen tot gevolg hebben. Het is dus
altijd goed om per patiënt te zoeken naar de laagst mogelijke dosering,
zodat er zoveel mogelijk positief effect is en er zo min mogelijk schadelijke
neveneffecten zijn. De meeste PLE-patienten zullen levenslang deze medicijnen
nodig hebben, maar er zijn ook gevallen beschreven waarbij een tijdelijke
kuur tot genezing leidde.
Naast medicatie kunnen er dieetmaatregelen genomen worden: een hypo-allergeen
dieet met de toevoeging van eiwitten (bijv. in de vorm van het eiwit van
een gekookt ei). Belangrijk is dat de voeding niet teveel vet bevat, omdat
dit erg belastend is voor de darmen (dus niet het eigeel geven).
Bij dieren die er erg slecht aan toe zijn kan overwogen worden om een plasmatransfusie
te geven, dit is een soort bloedtransfusie waarbij alleen het gedeelte van
het bloed met de meeste eiwitten (plasma) aan de patiënt gegeven wordt.
Bij dieren die last hebben van ascites, liquothorax of oedeem kan het nuttig
zijn om vochtafdrijvers te geven (furosemide).
Over de prognose wordt in de literatuur bijzonder vaag gedaan. Duidelijk
mag wel zijn dat PLE een zeer uiteenlopend ziektebeeld te zien kan geven.
De heftiger verlopende gevallen (waarbij de dieren stoppen met eten) hebben
een duidelijk slechtere prognose dan de mildere gevallen. Over het algemeen
is de diagnose matig tot slecht.©Shar-Pei
kennel Tsjoeng Foe
.
Met dank aan Atjo Westerhuis van WHG Dierenartsen Dodewaard voor het beschikbaar stellen van de tekst.